Restauratie beide orgels 2014

Er zit nu nog meer muziek in de NoorderLicht-kerk!

De eerste keer dat organist Klaas van Boggelen en ik een afspraak maakten om over kerkorgels te praten was vier jaar geleden. We troffen elkaar toen achter de speeltafel van het hoofdorgel van de NoorderLichtkerk. Dat gesprek ging onder andere over de orgelbespeling die het college van organisten zou verzorgen op de Dag van het Religieus Erfgoed in Zeist op 23 oktober 2010. Op die zaterdag stonden kerkorgels in Zeist centraal. (Dit jaar, op 4 oktober, is er weer zo’n dag, dan staan kerktorens centraal, maar daarover later meer.) In 2010 was het motto: “Er zit muziek in de kerk”. Vier jaar later geldt dat voor de NoorderLichtkerk des te meer. In dit stukje kijk ik met Klaas terug op een vakkundig en deels ook met vereende krachten uitgevoerde revisie van zowel het hoofdorgel als het koororgel, die van januari tot maart 2014 heeft plaatsgevonden.

Deze keer spraken we af in de kerkzaal, bij het koororgel. Dit is een instrument van de Utrechtse orgelmakers Gebroeders Van Vulpen uit het begin van de jaren zestig van de vorige eeuw. Het stond eerder in de Hervormde Rafaëlkerk. Na de sluiting van deze kerk is het overgeplaatst naar het Shalomcentrum. Vandaar ging het orgel mee naar de NoorderLichtkerk, waar het sinds september 2010 als koororgel dienst doet. Het orgel was door alle verhuizingen behoorlijk ontstemd geraakt, en ook de voor resonantie effecten zo nuttige orgelluiken waren verwijderd en opgeslagen.

In ons gesprek van vier jaar geleden had Klaas al aangegeven dat een technische inspectie en onderhoudsbeurt van het hoofdorgel zeer wenselijk was, omdat er vele jaren waren verstreken sinds de laatste beurt en er nogal wat gruis van het plafond boven de zwelkast was losgekomen en in de pijpen was gedwarreld. Dit orgel werd in 1931 gebouwd door H.W. Flentrop van het Zaanse familiebedrijf met een lange traditie in orgelbouw en -restauratie. Bij een restauratie in 1963-1964 is de combinatie van registers (dispositie) aangepast aan de veranderde smaak. Het aanvankelijk romantisch getinte instrument werd beter geschikt gemaakt voor meer barokke muziek. In 1981-1982 is de dispositie opnieuw enigszins gewijzigd en zijn er pijpen bijgeplaatst.

Belangrijke aanleiding om nu toch echt vaart te maken met de restauratie van de beide orgels was het kleine binnenbrandje in de kerkzaal medio 2013. Aanslag van vettige roet in de orgelpijpen was het directe gevolg. Flentrop Orgelbouw in Zaandam kreeg opdracht beide orgels onder handen te nemen, te beginnen bij het koororgel, zodat dit de rol van het hoofdorgel kon overnemen tijdens de omvangrijke werkzaamheden aan het hoofdorgel. Daarvan moest het gehele pijpwerk worden verwijderd om in de Zaanse werkplaats van de orgelbouwer in een warm bad te worden ontvet. Alleen de frontpijpen konden blijven staan en vanaf een steiger worden schoongemaakt. Ik had die reusachtige pijpenragers wel eens willen zien!

Terug naar het kleine orgel waar Klaas de, aan de mahoniekleur van het rasterwerk voor de pijpen aangepaste, opnieuw aangebrachte orgelluiken demonstreert. Deze geven richting aan het orgelgeluid. Klaas heeft deze aanpassing samen met Huibert van Doorn uitgevoerd. Flentrop heeft de klankgeving van de pijpen (intonatie) aangepakt. Er was sprake van verloop in sterkte, bij sommige registers afname van de klank en uitschieters (overblazers). Na deze aanpassingen is het orgel zodanig gestemd dat de toonhoogte nauw aansluit op de vleugel voor in de kerk. Volgens Flentrop heeft de NoorderLicht gemeente nu de beschikking over een zeer muzikaal klinkend instrument. De finishing touch (letterlijk) is de rij toetsen (het manuaal). De kleine toetsen (gemaakt van palmhout) waren oorspronkelijk belegd met strookjes ivoor. Van deze afdekking had de hechting losgelaten. De strookjes werden in de orgelkast teruggevonden op een paar na. De ontbrekende worden aangevuld, waarna ze alle tweeëntwintig weer worden aangebracht.

Toen de revisie van het koororgel voltooid was, kon het grote werk aan het hoofdorgel beginnen. De vervuiling door roet bleek aanzienlijk. Tot ver achterin het instrument (het zwelwerk) waren roetdeeltjes neergeslagen, met alle gevolgen vandien voor de klank. Zoals hierboven al aangegeven, moesten van de 1.771 pijpen er zo’n 1.600 uit het orgel gehaald worden om in bad te gaan en te worden gereviseerd. Enkele enthousiaste gemeenteleden hielpen met het afvoeren van al die pijpen, om ze een paar weken later weer de trap op te sjouwen. Het terugplaatsen ging op aanwijzing van de restaurateur, dus alles staat weer precies op dezelfde plek. Op 12 pijpen na. Er is één register gewijzigd: de twaalf kleine pijpen (2 voet) van het woudfluit register zijn vervangen door twaalf iets grotere pijpen (4 voet). Deze vormen samen het nieuwe fluit register. De pijpen, die hiervoor gebruikt zijn, maakten eerder al deel uit van het orgel, waren bij een vroegere dispositiewijziging terzijde geplaatst, en blazen nu dus weer dapper mee.

Bij een pneumatisch orgel (zoals dit Flentrop orgel) wordt de beweging van toetsen en registerknoppen via de pneumatische tractuur (luchtdruk in een stelsel van dunne loden buizen) overgebracht naar ventielen onder de pijpen. Leidingen mogen geen lekkages vertonen, anders ontsnapt er lucht voordat het bij de pijp aankomt. Ook op dit punt is het orgel grondig nagezien en zijn lekkages verholpen. Alle orgelpijpen in de NoorderLichtkerk staan weer strak op de wind, zou je kunnen zeggen. Daarmee kunnen we in muzikaal opzicht weer vele jaren vooruit.

Het resultaat van de revisie van de twee orgels kunt u met eigen oren beluisteren. Het veelzijdige Flentrop orgel met zijn heldere klank komt nog beter tot zijn recht. Vleugel en koororgel zijn geheel op elkaar ingespeeld.

april 2014

Tekst: Jan Piet Barthel
Foto’s: Klaas van Boggelen